|
Binnen de Eastergoa Skotsers
bestaat er een grote verscheidenheid aan kostuums voor vrouwen. Doordat er
gekozen is voor een periode van 20 jaar, is zichtbaar dat ook in die periode
de kleding aan mode onderhevig was. Maar daarnaast heeft men in deze periode
ook bepaalde tradities van het Friese kostuum behouden. Dit betekende dat er
vele variaties waren in de kostuums. |
|
|
 |
|
|
Het kostuum voor de vrouw is opgebouwd uit verschillende onderdelen. Vrouwen
dragen ondergoed, een rok en daarboven een zogenoemd ‘jak’ (bovenstuk dat reikt
tot over de heupen). Ook dragen de vrouwen een schort om de taille en een
‘tipdoek’ over de schouders. Om het geheel af te maken dragen vrouwen een
oorijzer met floddermuts en mogelijk enkele sieraden.
Het duidelijkste verschil in het kostuum voor de vrouw is te vinden in de
mouwen van het jak. Deze verschillen worden getoond op de foto’s.
|
|
|
Ondergoed N iet zichtbaar voor de toeschouwers is het ‘lijfgoed’ (ondergoed). Dit
bestaat uit een witte katoenen onderbroek tot over de knie en een witte
onderrok. Beide delen zijn afgezet met kant en voorzien van bandjes om ze te
kunnen vaststrikken in de taille.
Tot slot dragen de vrouwen witte katoenen (knie-)kousen, in zwart leren
schoenen voorzien van een zilveren gesp.
|
|
|
|
|
Hoofdtooi
Bijzonder aan het Friese
kostuum is de hoofdtooi voor de vrouw. Dit bestaat uit verschillende
onderdelen. Over het opgebonden haar komt een witte muts, afgewerkt met een
gebreide of gehaakte rand. Hierover wordt een zwarte muts gedragen waarop
het oorijzer wordt geplaatst. Het oorijzer zoals dat wordt gedragen door de
Eastergoa Skotsers is van zilver en kent twee versies: een smalle en een
brede.
|
|
 |
 |
|
|
De smalle oorijzers hebben zogenaamde vogelkop knoppen, het
brede oorijzer is voorzien van potknoppen.
Over het oorijzer wordt een witte floddermuts gedragen. Deze soepel vallende
muts is gemaakt van tule en voorzien van een kanten rand en de lengte kan
variëren. Om deze floddermuts te bevestigen worden speciale lange zilveren
mutsspelden gebruikt.
|
|
|
S ieraden
De vrouwen kunnen verschillende sieraden dragen, vaak een armband en een
halsketting. Deze kunnen van goud, granaat, bloedkoraal of git zijn. Om de
‘tipdoek’ te bevestigen dragen de vrouwen een zilveren of gouden doekspeld. Aan
de schort hangt vaak nog een zilveren beugeltas (zijde of damast) aan een
zilveren ketting en haak. Daarnaast wordt vaak een chatelaine gedragen.
Kostuum voor de man
|
|
 |
 |
|
|
Ook het kostuum voor de man is opgebouwd uit verschillende onderdelen. Zij
dragen een ‘baitsje’ (jasje), gemaakt van katoenen damast. Dit ‘baitsje’ is
voorzien van knopen, die van dezelfde stof kunnen zijn, maar ook van been, tin
of zilver. Onder het ‘baitsje’ draagt de man een linnen hemd, met een
geborduurde kraag en manchetten. De kraag en manchetten worden
gesloten door zilveren knopen.
Om de hals wordt een katoenen of zijden effen sjaaltje geknoopt. De kleur van
dit sjaaltje past bij de kleur van het kostuum.
|
|
|
Flapbroek
De broek die de mannen dragen is een zogenaamde ‘flapbroek’. Deze is gemaakt
van zwart fluweel en heeft een flap aan de voorzijde, voorzien van knopen. De
broek komt tot over de knie en wordt daar gesloten met een zilveren gesp.
De mannen dragen gebreide wollen kniekousen. De schoenen zijn zwart en
voorzien van een zilveren gesp. Op het hoofd dragen de mannen een zwarte hoed,
die bekend staat als ‘biedermeier’. Ook deze is voorzien van een zilveren gesp.
|
|
| |
|
|
Tenslotte dragen de meeste mannen een
zilveren zakhorloge aan een ketting met signetten |
 |
|
|
|
|
| |
|
| |
|